De vuurketels van oude antieke Nederlandse stoomtreinen dreigen voorgoed
te doven, aldus een artikel in de Telegraaf van 7 maart 2008.
Nieuwe veiligheidseisen zouden de vrijwilligersorganisaties die het
vaderlandse erfgoed rijdende houden verplichten om nieuwe investeringen
te plegen. Investeringen die vaak het miljoen aan euro's te boven gaan.
"Dat geld hebben we niet", zegt Jan Nabers van
Historisch
Streekvervoer Achterhoek. Hij vreest dat de Inspectie Verkeer en
Waterstaat de rijvergunning zal ontzeggen van de elf twaalf nog
rijdende stoom- en diesellocomotieven in ons land.
De extra veiligheidsregel betreft het inbouwen van ATB, oftewel
automatische treinbeïnvloeding. Dat is de dodemansknop en een instrument
dat de trein bij te hoge snelheid automatisch afremt. De kosten kunnen
oplopen tot een ton per locomotief, die in veel gevallen slechts één keer per maand
wordt ingezet.
Hetzelfde
geschiedde ook bij de Oosterburen. Daar bezitten de stoomlocomotieven
die ritten ondernemen op het normale spoorwegennet een Indusi (Induktive
Zugsicherung). Maar daar rijden deze locomotieven al sedert de invoering
van Indusi rond met deze beveiliging.
Of een ATB of Indusi voor veel museumlijnen volstrekt nodig is, valt
af te vragen; de
ritten worden immers meestal op eigen lijnen uigevoerd. Een goed voorbeeld
hiervan is de lijn Dieren-Beekbergen-Apeldoorn (zie foto linksboven). Buiten
de aanpassingen van het rijdend materieel, is ook een aanpassing van het
traject nodig.
Terug naar het nieuwsoverzicht