 |
1952 - 1957
De eerste
modellen, zowel wagens als locomotieven, die Fleischmann in 1952 uitbracht waren verpakt in een grauwe
grijze kartonnen doos met een deksel wat er compleet overheen schoof.
Als extra bescherming waren de wagens in zeer dun, zacht papier gewikkeld.
Het logo en bestelnummer waren op het zegelachtige etiket gestempeld. |
 |
1952 - 1959
In dezelfde
periode werden ook vouwdozen gebruikt. Het deksel viel niet geheel over de
doos.
De wagens lagen onbeschermd in de verpakking.
Het logo en bestelnummer waren op het zegelachtige etiket gestempeld. |
 |
1952
De in 1952
uitgebrachte wagens 1404 en 1405 lagen in een doos met een voorgevormde
wagenhouder.
De (stolp)-deksel viel geheel over de doos. |
 |
1959 - 1966
In
1959 veranderde Fleischmann zijn verpakkingen voor wagens en
locomotieven.
Ditmaal is het een bonte doos met een kunststof venster. Aan een zijde
werd de doos afgesloten door een steekdeksel.
De dozen werden voor alle modellen gebruikt.
 |
|
 |
1960 - 1966
Fleischmann bracht in de zestiger jaren zijn modellen ook op de markt
als bouwpakket. De modellen zaten in een kartonnen doos, voorzien van
een uittrekbare kartonnen lade. |
 |
1965 - 1966
Sommige wagens
werden vanaf 1965 in een verpakking geleverd, waarbij de uiteinden alleen
het nummer vermelden.
Enkele voorbeelden: 1442, 1443, 1494G en 1513. |
 |
1966 - 1968
In 1966 werden
de steekdeksels gewijzigd.
Het streepjesdesign werd vervangen door een rustiger motief.
Een foto op de uiteinden toonde de wagen. |
 |
1966 - 1967
Vanaf 1966
werd de foto van de wagens, op de uiteinden van de doos, vervangen door
een schets. |
 |
1968 -
Vanaf 1968
werden de wagens uitgeleverd in een doos met een gevouwen deksel die de
hele doos bedekte.
De uiteinden waren geel van kleur. |

 |
1971 -
Vanaf 1971
werden de wagens ingepakt in een kartonnen vouwdoos zonder kunststof
venster en vaste gevouwen klepdekseltjes. Op een van de uiteinden was een
schets van het model en het bestelnummer geplakt.
Het laatst waren deze verpakkingen alleen nog in gebruik voor de grotere
goederenwagens, zoals de 5297, 5298, 5299 en de grote kraan 5595.
 |
|
 |
1978 - heden
Aan het eind van de zeventiger jaren introduceerd Fleischmann de
huidige verpakking.
Deze nieuwe verpakking bestaat uit een kunststof doos met los deksel.
Hiervan bestaan 3 varianten qua lengte, maar zijn alle 62 mm breed.
- Box 1: 150 mm lang en bestemd voor de kleine twee-assige
rijtuigen en wagens.
- Box 2: 225 mm lang en in gebruik voor de langere twee- en
drie-assige rijtuigen en wagens.
- Box 3: 300 mm lang en in gebruik voor de vier-, zes- en
acht-assige rijtuigen en wagens.
|
| |
Een losse inleg bevat het nummer en een schets van
de wagen.
Aan de onderzijde is ondermeer het wisselen van de koppelingen, het
eventuele serienummer (eenmalige series) en ook het aanbrengen van de
binnenverlichting, weergegeven. |


 |
| |
| |
 |
Tegenwoordig
worden alle rijtuigen en wagens voorzien van kortkoppeling. Hiervoor
plaatst Fleischmann een "K" op de einden van de verpakking.
Indien het een exportmodel betreft, wordt dit aangegeven met de
lands-aanduiding.

|
|
 |
Fleischmann wijzigt soms de opschriften van
een wagen. Wat het meest voorkomt is dat het baknummer en de koersborden
worden aangepast. Op de website van Fleischmann vindt men van deze
wijzigingen niets terug. Op een van de kopkanten van de verpakking wordt
een klein geel memoblaadje toegevoegd.
Zie links het voorbeeld. |
| |
Fleischmann heeft enkele jaren geleden het
logo op het deksel gewijzigd van rood naar transparant.
 |
|
 |
Alle rijtuigen en wagens worden voor verzending
gecontroleerd.
Op de goederenwagen hiernaast is het nummer 23/9 afgedrukt.
Het nummer '23' geeft aan welk station de wagen gecontroleerd heeft, het
nummer '9' geeft het jaar aan. In dit geval dus 1999. |
| |
|